FMG opleidingseisen
Vastgesteld tijdens de 26e Algemene Ledenvergadering op 12 April 2002.

Voorwoord

Achterliggend stuk is samengesteld door samenwerking van het Forensich Medisch Genootschap en de Netherlands School of Public Health. Het heeft tot doel om de opleiding tot eerstelijns forensische geneeskundige te baseren op het beroepsprofiel dat in september 2000 is vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering.

Daarmee wil het Forensisch Medisch Genootschap de impuls van kwaliteitsverbetering voortzetten, gezien de toenemende complexiteit van en de eisen die gesteld worden aan het beroep.

Het concept is door het Bestuur vastgesteld, zodat er voortgang kan plaatsvinden in het overleg met belanghebbenden. Hierbij zijn naast genoemden met name de Ministeries van Justitie, Volksgezondheid, Welzijn & Sport, Binnenlandse zaken & Koninkrijksrelaties en GGD Nederland betrokken. In de Algemene Ledenvergadering van 2002 is het concept besproken en aangenomen met medeneming van op- en aanmerkingen.

De opleidingseisen van het Forensisch Medisch Genootschap zijn daarmee een feit.

Februari 2003.


Preambule.

Onderstaande opleidingseisen zijn bedoeld voor artsen die zich willen laten registreren in het register van eerstelijns forensisch geneeskundigen van het Forensisch Medisch Genootschap (verder te noemen: FMG). Daarmee voldoen zij aan de eisen die gesteld worden aan een door de burgemeester benoemde lijkschouwer aan welke term: "forensisch geschoolde arts" zoals bedoeld in de toelichting op de Wet op de Lijkbezorging.

Tevens wordt voldaan aan de door het FMG gestelde minimumeisen voor het verrichten van werkzaamheden op het gebied van onderzoek en advisering aan politie en justitie en voor het verlenen van zorg in het kader van de Politiewet.

De opleidingseisen zijn gebaseerd op het Beroepsprofiel Eerstelijns Forensisch Geneeskundige (Zie voetnoot 1) .

Indien andere disciplines (Zie voetnoot 2) aan de opleiding deelnemen kunnen zij een certificaat ontvangen van het opleidingsinstituut voor het gevolgde deel. Dit geldt ook voor artsen die delen van de opleiding volgen.


Begripsomschrijvingen (nog aan te vullen):
Module: afgeronde onderwijskundige eenheid als onderdeel van de opleiding
Opleidingsinrichting
Opleidingsinstituut
Praktijkscholing
Forensisch Geneeskundige opleider
Praktijkscholing
Stage
fgio forensisch geneeskundige in opleiding
SGRC Sociaal-Geneeskundigen Registratie Commissie
FMG Forensisch Medisch Genootschap

Artikel 1

Aan de opleiding kan een arts deelnemen die als zodanig is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Artikel 2

Een arts kan aan de opleiding beginnen indien hij staat ingeschreven in het register van fgio’s van het FMG. De arts dient de gehele opleiding in dit register ingeschreven te blijven.

Artikel 3

De arts die aan de opleiding wil deelnemen dient het onderwijs- en examenreglement van het opleidingsinstituut dat door de SGRC is goedgekeurd te ontvangen en te verklaren de verplichtingen en verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien na te zullen leven.

Artikel 4

Op de opleiding Forensische Geneeskunde zijn de uitgangspunten van toepassing van het Besluit inzake de indeling van de sociale geneeskunde in de hoofdstroom Arbeid en gezondheid en de hoofdstroom Maatschappij en Gezondheid van toepassing, voor zover er in deze opleidingseisen niet van wordt afgeweken.

Artikel 5

De duur van de opleiding in de forensische geneeskunde bedraagt twee jaar en leidt voor artsen tot de registratie eerstelijns forensisch geneeskundige. De fgio is gedurende deze twee jaar verplicht werkzaam te zijn in een functie waarbij hij forensisch geneeskundige taken verricht. (Het aantal verplichte verrichtingen zal worden gespecificeerd in een addendum bij de opleidingseisen.)

Artikel 6

Het opleidingsprogramma forensische geneeskunde is gericht op het bereiken van de onderwijsdoelstellingen die als addendum onderdeel uitmaken van dit Besluit. Het opleidingsprogramma bestaat uit verplichte en keuzemodules alsmede praktijkscholing en stages.

Artikel 7  (Zie voetnoot 3)

Het cursorisch gedeelte van de opleiding omvat tenminste 180 uren modulair georganiseerd onderwijs en een gelijk aantal uren zelfstudie ter voorbereiding. Hiervan is tenminste 80% gewijd aan verplicht onderwijs en 20% kan besteed worden aan keuze onderwijs binnen de onderwijsdoelstellingen van de opleiding. De uren onderwijs bestaan uit contactonderwijs, waaronder begrepen computergestuurd onderwijs.

Van het cursorisch onderwijs mag maximaal 10 % per module worden gemist met een maximum van 12 uur voor de gehele opleiding.

Het opleidingsinstituut bepaalt op welke wijze het gemiste onderwijs wordt ingehaald of gecompenseerd.

Artikel 8  (Zie voetnoot 4)

De stageperiode omvat in totaal zes volledige werkweken. Hiervan zijn 3 weken gericht op integratie van klinische kennis en ervaring in de forensisch geneeskundige praktijk. De stage wordt gelopen bij een instelling waar eerste- e/o tweedelijns medische zorg wordt verleend.

Tevens worden 3 weken stage gelopen bij een instelling die eerstelijns forensisch geneeskundige taken uitvoert. Deze stage wordt gelopen onder begeleiding van een geregistreerd eerstelijns forensisch geneeskundige.

Stages kunnen niet worden gelopen bij de instelling waar de fgio zelf werkzaam is.

Per stage mag maximaal 10% van de tijd worden gemist.

Artikel 9

De praktijkscholing vindt gedurende de uitoefening van een relevante functie onder begeleiding van een door het FMG erkende opleider plaats en is mede gericht op integratie van theorie en praktijk.

Artikel 10

De forensisch geneeskundige in opleiding dient tijdens de opleiding een werkstuk te maken bestaande uit een beschrijving van 10 praktijksituaties (casus) en de beantwoording van twee forensisch geneeskundige vraagstukken op basis van een literatuurstudie.

De praktijksituaties dienen aan te sluiten bij de beroepsvelden uit het genoemde beroepsprofiel. Tevens dient de wetenschappelijke onderbouwing van de beschreven handelswijze te worden vermeld.

Artikel 11

Het opleidingsinstituut werkt de onderwijsdoelstellingen voor de opleiding forensische geneeskunde uit tot leerdoelen met de daarbij behorende toetsingsinstrumenten, overeenkomstig het bepaalde in het onderwijs- en examenreglement van het instituut.

Artikel 12

Het opleidingsinstituut stelt een opleidingsprogramma vast dat de goedkeuring van het FMG behoeft.

Artikel 13

De opleiding in de forensische geneeskunde vindt plaats bij een opleidingsinstituut en een opleidingsinrichting die door het FMG als zodanig erkend is.

Artikel 14

  1. De opleiding wordt in beginsel ononderbroken gevolgd;
  2. Indien de opleiding wordt onderbroken wordt bij hervatting door het FMG overeenkomstig het bepaalde in het onderwijs- en examenreglement van het opleidingsinstituut vastgesteld onder welke voorwaarden de opleiding kan worden voltooid.

Artikel 15

De opleiding kan in deeltijd worden gevolgd, waarbij de opleidingsduur en programmering overeenkomstig het bepaalde in het onderwijs- en examenreglement van het opleidingsinstituut worden aangepast. Tevens gelden de navolgende bepalingen:

  1. Een verzoek tot het volgen van een opleiding in deeltijd dient tijdig voor de aanvang van de (deeltijd)opleiding te worden gedaan aan het opleidingsinstituut;
  2. Het opleidingsinstituut draagt zorg voor een zodanige programmering van de opleiding, dat ten volle aan alle opleidingseisen kan worden voldaan met de uitzondering dat de praktijkscholing in deeltijd kan worden doorlopen.

Artikel 16

Het opleidingsinstituut geeft een verklaring af aan de fgio volgens het door het FMG, vastgestelde model (Model eindverklaring Forensische Geneeskunde) zodra hij aan alle opleidingseisen voldaan heeft.


Onderwijsdoelstellingen Opleiding Forensische Geneeskunde

Inleiding

Een forensisch geneeskundige is een arts die werkzaam is op het terrein van medisch onderzoek en advisering ten dienste van (straf)rechtspleging en –handhaving aan overheid, politie en justitie. De hiervoor noodzakelijke attitude, kennis en vaardigheden worden voor een deel verkregen tijdens de opleiding tot arts. Daarnaast heeft de forensisch geneeskundige echter een eigen specifieke deskundigheid. De beroepsopleiding stelt hem in staat de hiertoe benodigde vaardigheden te verwerven. De opleiding Forensische Geneeskunde gaat daarbij uit van de volgende onderdelen:

I Algemene medische basiskennis:

Als basis dienen de algemene medische basiskennis en vaardigheden, die grotendeels verkregen zijn tijdens de opleiding tot arts, die door na - en bijscholing verder onderhouden zijn en waar nodig aangevuld.

II De eigen specifieke (medische) deskundigheid van de forensisch geneeskundige

De eigen specifieke (medische) deskundigheid van de forensisch geneeskundige ligt op het terrein van medisch onderzoek en advisering ten dienste van (straf-)rechtspleging en –handhaving aan overheid, politie en justitie. In de praktijk is een forensisch geneeskundige een arts die in lokaal of regionaal verband diensten verricht in nauwe samenwerking met de politie en justitie. Dit ter onderscheid van de gerechtelijk pathologen, die de tweedelijns functie uitoefenen en die het gerechtelijk medische specialistisch onderzoek doen zoals obducties bij het Nederlands Forensisch Instituut. Om als forensisch geneeskundige te kunnen functioneren is kennis vereist over de organisatie van de politie en van justitie. Daarnaast zijn vaardigheden om binnen het gegeven kader te kunnen samenwerken met anderen onontbeerlijk.

Het beroepsprofiel is uitgangspunt en leidraad voor het omschrijven van de eigen specifieke deskundigheid.

I ALGEMENE MEDISCHE BASISKENNIS:

De forensisch geneeskundige onderhoudt zijn basiskennis door op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in de medische wetenschap alsmede de klinische kennis en vaardigheden, voor zover deze van belang kunnen zijn voor de forensisch geneeskundige praktijk. Met name om met andere medici te kunnen communiceren en samenwerken op professioneel niveau alsmede voor de interpretatie van gegevens van andere medici.

De forensisch geneeskundige kan medische zorg verlenen waaronder gerekend wordt het zelf geven van eerste hulp bij ongevallen en acute ziekten met name in het kader van de arrestantenzorg.

II EIGEN SPECIFIEKE DESKUNDIGHEID VAN DE FORENSISCH GENEESKUNDIGE

Algemeen:

Wetskennis

Kennis van relevante (overheids)organisaties.

Specifiek:

(2.1.) Het taakveld lijkschouwing in het kader van de Wet op de lijkbezorging.

(2.1.a) Taken t.a.v. inventarisatie en onderzoek

(2.1.b) Taken t.a.v. de conclusie.

(2.1.c) Taken t.a.v. advies

Bijzondere vormen:

A Euthanasie

B Lijkvinding:

C Overlijden in verband met vragen inzake medisch handelen

D Orgaandonatie

(2.2) Taakveld als medisch deskundig adviseur van politie / justitie

Algemeen

(2.2.a) taken inzake de toepassing van dwangmiddelen

(2.2.b) taken inzake verhoorsituaties

(2.2.c) Taken inzake medisch advies betreffende (sexueel) geweldsmisdrijven

(2.2.c1) Eigen onderzoek van slachtoffers en/of daders

(2.2.c2) Beoordeling van rapportages over onderzoek van slachtoffers en/of daders

(2.2.d) Taken inzake medisch advies over volksgezondheid en openbare orde en veiligheid

(2.3.) Taakveld inzake de medische zorgverlening

(2.3.a)Taken t.a.v. inventarisatie en onderzoek

(2.3.b) Taken t.a.v. conclusie

(2.3.c) Taken t.a.v. advies

(2.4.) Taakveld met betrekking tot zorgvuldigheid van handelen en informatiebeheer

(2.4.a) Inzake ethiek

(2.4.b.) Inzake gegevensverzameling, -beheer en -uitwisseling

(2.5.) Taakveld met betrekking tot de beroepsuitoefening

(2.5.a) Taken inzake evaluatie van het beroepsmatig handelen

(2.5.b) Taken inzake onderwijs en onderzoek

(2.5.c) Taken inzake de ontwikkeling van het eigen beroep


Noot 1:   Beroepsprofiel Eerstelijns Forensisch Geneeskundige. FMG, september 2000.

Noot 2:   Te denken valt aan: (forensisch) odontologen, antropologen, (technisch) rechercheurs en leden van de (zittende of staande magistratuur

Noot 3:   Ad artikel 7
Het cursorisch gedeelte bestaat uit verplichte en keuze modules. De keuzebepaling hierbij wordt separaat worden schriftelijk vastgelegd.
Een aantal nader vast te stellen modules wordt, met goedkeuring van het FMG opengesteld voor het onderwijs aan sociaal-geneeskundigen in opleiding van de hoofdstroom Maatschappij en Gezondheid.

Noot 4:   Ad artikel 8
Tijdens de opleiding dient de forensisch geneeskundige in opleiding ten minste 6 weken stage te lopen. Hiermee wordt aangeduid een periode die in totaal 6 weken voltijd omvat, waarbij het begrip "voltijd" is bedoeld als rekeneenheid en niet als concrete invulling van de stageperiode.