Protocol beoordeling intoxicaties bij ingesloten personen

Inleiding

Zeer frequent worden personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs en medicamenten ingesloten in de politiecel. Vanaf dat moment is de betrokkene onder de hoede van politie en justitie, die gewoonlijk een beroep doen op een arts voor de beoordeling van de medische toestand van de betrokkene. De arts dient aan te geven of het verblijf in de cel medisch verantwoord is.

Men moet onderscheid maken tussen richtlijnen voor politie en arrestantenbewaarders en voor artsen.
Dit protocol geeft richtlijnen voor arrestanten bewaarders en voor de eerstelijns forensisch geneeskundige bij geïntoxiceerden in de politiecel. Daarbij geldt altijd dat ook factoren van de kant van de patiënt en de omgeving het beleid mede bepalen. Deze factoren zullen van geval tot geval verschillen, zodat het protocol gezien moet worden als een leidraad waarvan afgeweken kan worden.

Het maakt een groot verschil of iemand die een paar glazen (te veel) op heeft wegens “baldadigheid” wordt ingesloten of dat iemand laveloos wordt aangetroffen en het politiebureau wordt binnengedragen. In het eerste geval is medische interventie nauwelijks zinvol, het tweede geval houdt een aanzienlijk risico in.

Onderzoek naar sterfgevallen in de politiecel, waarbij een intoxicatie met alcohol, drugs en medicijnen een rol speelde gaf het volgende beeld te zien:



totaal

binnen  2 uur overleden:

21%


binnen  4 uur overleden:

21%

42%

binnen  8 uur overleden:

16%

58%

binnen 12 uur overleden:

16%

74%

binnen 18 uur overleden:

21%

95%

nog na 18 uur overleden:

5%

100%


Het is zinnig om al bij de melding het risico in te schatten aan de hand van bewustzijn (wakker, suf of slapend) en de stoffen die vermoedelijk gebruikt zijn. Als de meldkamer hierover geen informatie kan verstrekken dan dient men direct contact op te nemen met het politiebureau.
Naar aanleiding van de melding wordt ingeschat in welke categorie de ingesloten persoon valt.

Er moeten instructies gegeven worden om bij verslechtering van de toestand direct weer te bellen.

Men kan de volgende categorieën onderscheiden:

  1. Wakker:         alleen alcohol; geen letsel aangegeven.
  2. Slapend:        alleen alcohol (voor zover bekend).
  3. Wakker:        mogelijk mengintoxicatie; geen letsel aangegeven.
  4. Slapend:        mogelijk meng intoxicatie.
  5. Bolletjesslikkers:    cocaïne, heroïne

Categorie A

Deze hebben geen hoge urgentie. Het onderzoek kan zich beperken tot de anamnese. Afhankelijk van klachten en letsels kan gericht verder onderzoek verricht worden. De vervolgcontroles door de politieambtenaar kunnen zich beperken tot de standaard (politie-)controles.

Categorie B

Deze moeten bij voorkeur binnen ½  tot 1 uur worden bezocht.

Naast de heteroanamnese staat hier het lichamelijk onderzoek centraal. Afhankelijke van de vitale functies en de EMV-score kan bij een matige score (E3-M5-V4 tot E2-M4-V3) verder onderzoek geïndiceerd zijn op de volgende terreinen:

Bij een EMV score van minder dan 9 of een score op één der onderdelen van minder dan E2, M4 of V3 moet ziekenhuispresentatie overwogen worden. Indien de betrokkene niet ingestuurd wordt, moet een controlefrequentie van 1 maal per half uur geadviseerd te worden gedurende de eerste 4 uren. Hercontrole laagdrempelig aanbieden en vlot uitvoeren.

Categorie C

Hierbij geldt hetzelfde als bij categorie A. Onderzoek van ademhaling en pupillen is wenselijk.
De controles door de bewaarders kunnen standaard worden uitgevoerd.

Categorie D

Evenals bij categorie B behoren deze personen vlot bezocht en onderzocht te worden, bij voorkeur binnen een ½ tot 1 uur. Hetzelfde lichamelijk  onderzoek dient te worden uitgevoerd.
De beslissing om te verwijzen naar een spoedeisende hulp afdeling van een ziekenhuis dient eerder genomen te worden dan bij categorie B, gezien het minder voorspelbare beloop van de intoxicatie met drugs (in de ruimste zin van de betekenis).

Categorie E


Het medisch onderzoek kan zich beperken tot het vaststellen van de gezondheidstoestand, vergelijkbaar met personen in groep A door middel van anamnese en eventueel een zeer globaal lichamelijk omderzoek.
Afhankelijk van de anamnese kan nader onderzoek of behandeling geïndiceerd zijn.
Controles volgens de standaard richtlijnen met bij voorkeur camera-observatie mogelijkheden en controles van de geproduceerde ontlasting.
In principe nog dezelfde dag overplaatsing naar het Penitentiair Ziekenhuis, gezien de weliswaar kleine, maar niet te verwaarlozen kans op het plotseling vrijkomen van grote hoeveelheden drugs in het maagdarmkanaal, waarbij alleen peracuut chirurgisch ingrijpen (binnen enkele minuten) nog levensreddend kan zijn.

Onderzoek:

  1. autoanamnese
  2. heteroanamnese (politie)
  3. lichamelijk onderzoek:
  4. aanvullend onderzoek

Opmerkingen:

  1. Instabiele ingesloten personen.
    Bij bedreigde vitale functies dienen stabiliserende maatregelen genomen te worden en een ambulance aangevraagd te worden onder een spoed (A1) indicatie.
    De stabiliserende maatregelen volgens het Basic Life Support principe (ademhaling en circulatie ondersteunend) moeten worden uitgevoerd.
    Bij (de verdenking op) een overdosis met opiaten kan als diagnosticum of therapeuticum Naloxon gespoten worden: ½ of 1 ml (van 0,4 mg/ml = 1 ampul) bij voorkeur i.v. anders i.m. Wees bedacht op agitatie bij succesvol behandelen van de overdosis. Daarna in principe presentatie in het ziekenhuis, waar de patiënt aangekondigd wordt na het regelen van het ambulancevervoer. Men blijft ter plaatse tot de patiënt is afgevoerd.
  2. Bij geïntoxiceerden dient men zeer terughoudend te zijn met de verstrekking van sedativa, ook al verwacht de betrokkene abstinentieverschijnselen te krijgen of zou hij volgens een eerder doseringsvoorschrift bepaalde medicamenten moeten innemen.   
  3. Het verrichtingenformulier dient voldoende uitgebreid ingevuld te worden. Met name

Protocol alcohol-onthoudings-syndroom

Indien overmatig en langdurig alcoholgebruik abrupt wordt gestaakt, kunnen een aantal klinische verschijnselen optreden: het alcohol-onthoudings-syndroom. Over het algemeen wordt aange­nomen dat de ernst van de verschijnselen en het tijdstip waarop ze zich openbaren, gerelateerd zijn aan de hoeveelheid vooraf geconsu­meerde alcohol en de periode van overmatig ge­bruik. Maar het verloop van de onthoudingsverschijnselen is slechts ruwweg te voorspellen.

In de eerste 6-12 uur na het stoppen van de alcohol-inname treden onthoudings­verschijn­selen op die relatief mild van aard zijn (trillen, misselijkheid, braken, zweten, geen eetlust, slape­loosheid, angst, hartkloppingen, hoge bloeddruk). De intensi­teit kent een piek tussen 24 en 48 uur en neemt na 48 uur snel af.

Hallucinaties (3 tot 10% van de patiënten met onthoudingsver­schijnselen) beginnen meestal 24 uur na het staken van alco­holconsumptie en zijn binnen 24 tot 48 uur verdwenen. Deze hallu­cinaties treden meestal op als beelden, maar ook harde geluiden en beschuldi­gende stemmen komen voor.

Het onthoudingsinsult (3,2 tot 5,3% van de patiënten) treedt meest­al op tussen 6 en 48 uur na staken of snel verminderen van alcoholconsump­tie

Een laat optredend en ernstig verschijnsel is het delirium tremens, bij ongeveer 5% van de gevallen, meestal 3 tot 5 dagen na staken.

Let bij verdenking op alcoholonthoudingsverschijnselen op de volgende verschijn­selen:

Een alcoholverslaafde met hallucinaties hoort niet thuis in de cel, maar dient te worden opgenomen (penitentiair ziekenhuis; APZ; algemeen ziekenhuis). Ook bij anamnestische gegevens over insulten en delirantie bij onthouding dient een opname te worden overwogen.

Chloordiazepoxide ("Librium") medicatie bij alcoholonthoudingsverschijnselen (in overleg met CAD):

De Librium dient in maximaal 10 dagen te worden afgebouwd tot 0 milligram.