CONCEPT Richtlijn
opiaatverslaafden in politiecellen
Deze richtlijn heeft als
invalshoek:
- Medisch adequate zorg
leveren, rekening houdend met behandeling door ‘de
verslavingszorg’.
- Landelijk uniformering van
behandeling van de (acute) detoxificatieverschijnselen
Uitgangspunten
Onderstaande richtlijn omvat
puntsgewijze toelichtingen op het
stroomdiagram “Behandeling
opiaatverslaafden in politiecel”.
In het algemeen gesproken kan van een richtlijn, zo ook deze,
beredeneerd afgeweken worden. Voor de achtergronden en een goed begrip
wordt verwezen naar literatuur die is opgenomen in de eindnoten.
Uitgangspunten voor het uit te voeren medisch beleid bij
opiaatverslaafden in de politiecel zijn:
- Het voorkomen van overlijden
door (poly)druggebruik bij diegenen die onder de zorg van de politie
vallen (veelal arrestanten).
- Onderdosering is makkelijker
te corrigeren en gaat met minder gevaar gepaard dan overdosering.
- Het niet beredeneerd
afwijken van deze richtlijn leidt tot claimgedrag, toenemende vraag
voor doktersbezoeken, uitspelen van forensisch artsen tegen elkaar en
onrust in de cel door de verslaafde arrestanten.
Richtlijn
- Bij opiaatverslaafde
arrestanten wordt in principe de eerste 24 uur
géén methadon verstrekt.
- Alvorens over te gaan tot
medicamenteuze behandeling wordt bij de arrestant de anamnese afgenomen
en lichamelijk onderzoek verricht. Dit onderzoek kan het beste plaats
vinden circa 24 uur na insluiting. Indien hierdoor de mogelijkheid van
verificatie van deelname aan een methadonprogramma verloren gaat dan
wordt dit deel van het onderzoek direct telefonisch verricht.
- Er wordt als
eerstedosis(startdosis)nooit meer dan 30 mg methadon verstrekt.
- Indien iemand in een
geverifieerd, actueel programma participeert dan kan onafhankelijk van
de ernst van onthoudingsverschijnselen na circa 24 uur gestart worden
met maximaal 30 mg methadon, uiteindelijk uitkomend op dezelfde dosis
die in het programma wordt gegeven
- Indien niet bewezen kan
worden dat iemand deelneemt aan een methadonprogramma, geen somatische
indicatie heeft voor methadonbehandeling maar na circa 24 uur graad 1
onthoudingsverschijnselen heeft dan wordt er behandeld middels
benzodiazepinen (diazepam 3 dd 10 mg of eventueel clorazepinezuur 4 dd
10 mg),
- Indien iemand niet in een
programma participeert, maar wel een somatische indicatie heeft voor
methadonbehandeling (zie onderstaande categorieën)
òf na 24 uur graad 2 of 3 onthoudingsverschijnselen heeft
dan wordt er behandeld middels methadon,
- Indien iemand in een
geverifieerd, actueel programma (bewezenbehandelstatus) meer dan 30 mg
methadon krijgt, dan kan in een tweede dosis na 10 – 12 uur
(maximaal 30mg) voorgeschreven worden. (Tweede dag daarom maximaal 60
mg onafhankelijk van dosering buiten de cel),
- Indien iemand in een
geverifieerd, actueel programma (bewezenbehandelstatus) meer dan 60 mg
per dag, dan kan op de derde dag deze dosering vertrekt worden verdeeld
over twee doses,
- De eerste keus bij
behandeling met benzodiazepinen is diazepam of clorazepinezuur . Het
vroeger voorgeschreven oxazepam heeft een eufoor effect en insulten
zijn alsnog mogelijk bij oxazepam. Diazepam biedt nauwelijks kans
hierop en werkt tevens langer. Clorazepinezuur passeert moeilijker de
bloed hersenbarrière en heeft daarmee als theoretisch
voordeel minder centrale bijwerkingen zoals slaperigheid overdag.

- Bij persisterende
afkickklachten: dient herbeoordeling en evt.
aanpassing van behandeling plaats te vinden. Zeker indien iemand niet
participeert in een programma en een somatische indicatie heeft. Indien
een arrestant behandeld wordt voor graad 1 onthoudingsverschijnselen
met een benzodiazepine en nadien toch graad 2 of 3
onthoudingsverschijnselen ontwikkelt dan wordt de benzodiazepinen
gestopt en met methadon gestart maximaal 30 mg per dag.
- Zowel behandeling met
methadon als met benzodiazepinen wordt niet
afgebouwd in de cel: op deze wijze behandelt men geen verslaving.
Tevens neemt de kans op intoxicatie na vrijlating toe (tolerantie voor
methadon kan in een week verloren worden). Bij bewezen
methadongebruikers wordt methadon gegeven en wordt niet overgegaan op
benzodiazepinen vanwege het creëren van een tweede verslaving.
- Methadon nooit combineren
met benzodiazepinen, tenzij dit gebruik
blijkt uit verificatie bij de verslavingszorg. Behandelvoorschriften
van anderen dan de verslavingszorg in principe niet volgen omdat dit
over het algemeen afgedwongen receptuur betreft zonder indicatie.
Langdurig (> 3 maanden) continu benzodiazepine gebruik op een
dergelijk wijze voorgeschreven (verificatie apotheek) is een reden om
van deze regel af te wijken. In dat geval wordt de dagdosis van de
betreffende benzodiazepine omgerekend naar Diazepam of Clorazepinezuur.
Vervolgens wordt een halve dosering continu voorgeschreven.
Somatische indicaties voor het
(blijven) voorschrijven van methadon
- Graviditeit
- HIV positief (aangetoond)
- TBC
- Andere ernstige
infectieziekte
- Psychiatrisch ziektebeeld
bij een arrestant die aangeeft in een
methadonprogramma te participeren wat niet te verifiëren is
doordat
verslavingszorg niet bereikbaar is. Bij vermindering van de dosering of
stoppen met is methadon bestaat er een risico op floreren van het
psychiatrisch ziektebeeld.
Symptomen
|
Gradering |
Onthouding |
Geen
klachten behoudens “craving”
|
Graad
0 |
geen
|
gapen,
‘ziek’, koud/warm, spier& botpijn,
snuffen
|
Graad
I
|
subjectief
|
peristaltiek,
piloerectie, polsversnelling, pupilverwijding
|
Graad
II
|
objectief
|
braken,
diarree, dreigende dehydratie, convulsies
|
Graad
III
|
ernstig
|
Bronnen: o.a.
- Opiaten (H5), Abstinentie van opiaten (H6) en Stabilisatie van
verslaving aan opiaten (H7). In: Gezondheidsraad. Medicamenteuze
interventies bij drugverslaving. ’s Gravenhage. Publ.nr. 2002/10,
2002. download via: www.gr.nl
- Morfine, heroïne en opiaten. Meulenbelt J. e.a. In:
Behandeling acute vergiftigingen. Bohn, Stafleu en v.Loghum. Houten /
Dieghem, 1996; 216 -217
- Drugs en verslaving. Laer van I, Arnhem van Q. In: Cohen BAJ,
Holtslag H, Smitshuijzen R, Tenhaeff AG, de Waal L. Van Gorcum.
Forensische geneeskunde, 4e druk. Assen, 2004
- Handreiking methadonverstrekking aan gedetineerden. Ministerie
van Justitie, Dienst Geneeskundige Inspectie, Dienst Justitiële
Inrichtingen. Februari 1997
- NHG standaard: geen standaard beschikbaar over dit onderwerp