Nieuwsbrief van het Forensisch Medisch Genootschap
Zesde jaargang nummer 1, juni 2004, verschijnt tweemaal per jaar.
Inhoud.
1. Van het bestuur.1: Van het bestuur.
Op 2 april hebben wij een goed bezocht voorjaarssymposium gehouden, met aansluitend een algemene ledenvergadering. Onze indruk is dat het door A. Tenhaeff en P.Wels georganiseerde symposium over management plaats delict goed is ontvangen. Op deze plaats worden organisatie, sprekers en bezoekers nogmaals bedankt voor een enthousiaste deelname en bijdragen.
Ook de deelname aan de algemene ledenvergadering was levendig en betrokken. Voor de inhoud van de punten die aan de orde zijn geweest verwijs ik hierbij graag naar de conceptnotulen, die binnenkort via onze website www.forgen.nl beschikbaar zullen zijn. Het past om de vertrekkende bestuursleden nogmaals te danken voor hun inzet en activiteiten die zij voor het FMG hebben ondernomen in de afgelopen jaren. Graag wil ik ook nog maar een keer van de gelegenheid gebruik maken om de dhr. A. Tenhaeff te feliciteren met de unanieme instemming van de ALV met zijn benoeming tot ere-lid. Er kan niet anders dan worden benadrukt dat dit een ere-lidmaatschap is dat ten volle is verdiend.
Het bestuur in de nieuwe samenstelling is met gezwinde vaart van start gegaan en heeft als eerste doelstelling taken en prioriteiten te kiezen, hieruit een meerjaren plan te formuleren en dan daarbij actiepunten en actievoerders te plaatsen. Wij verwachten u daarover in de loop van het komende bestuursjaar te kunnen informeren.
Er bestaat het vaste voornemen om na de zomer een algemene ledenvergadering te organiseren en met enig voorbehoud vraag ik u om de datum 24 september te reserveren. U kunt verwachten dat u wordt voorgesteld aan enige nieuwe bestuursleden en dat aan de ALV taken en functies worden voorgelegd ter goedkeuring. Wij zullen u, zonodig via de website op de hoogte houden van alle ontwikkelingen. Voor dit moment wordt u allen een goede zomer toegewenst.
Namens het FMG bestuur,
A.W. Lechner vz a.i.2: Actualiteiten uit de Vakgroep Forensische Geneeskunde.
De kwalificatie van de aard van het overlijden van een bepaald sterfgeval als natuurlijke of niet-natuurlijke dood levert al vele jaren stof voor discussie op. De geneeskundige Inspectie heeft in de laatste 30 jaar twee maal (in 1979 en 1991) een brochure over dit onderwerp het licht doen zien. Vele symposia zijn rond dit thema georganiseerd en diverse artikelen zijn over dit onderwerp verschenen.
Je zou denken dat als iemand weet hoe het nu eigenlijk zit, hoe de regels op dit punt luiden en hoe je ze moet toepassen het de gemeentelijk lijkschouwer is.
In 2003 verscheen een artikel waarin beschreven werd hoe verpleeghuisartsen bepaalde veelvoorkomende sterfgevallen beoordelen. Dit onderzoek werd verricht door een verpleeghuisarts in opleiding. Er bleek een grote spreiding in de beoordeling van één en hetzelfde geval te bestaan. De ene arts beoordeelde het geval als een natuurlijke dood en zijn collega vond het een niet-natuurlijke dood. De voor de hand liggende conclusie is dat de verpleeghuisartsen de begrippen natuurlijke dood en niet-natuurlijke dood niet goed weten te hanteren.
Dat is evenwel een te voorbarige conclusie. Om te weten hoe goed (of minder goed) deze artsen de regels toepassen, moet hun beoordeling vergeleken worden met de beoordeling door forensisch artsen.
Daar bij gaan we dan uit van de hiervoor al geformuleerde veronderstelling dat eerstelijns forensisch artsen in hun hoedanigheid als gemeentelijk lijkschouwer het best op de hoogte zijn van de regels op dit punt. De Vakgroep Forensische Geneeskunde van GGD Nederland heeft de uitvoering van dit onderdeel van dit onderzoek op zich genomen. Via de coördinatoren forensisch geneeskunde werden vragenlijsten met casuïstiek verspreid onder forensisch artsen in Nederland. Er werden 73 vragenlijsten geretourneerd. Daarmee heeft grofweg een kwart van de forensisch artsen in Nederland meegewerkt aan dit onderzoek. De resultaten zijn gepubliceerd in het TSG, het tijdschrift voor gezondheidswetenschappen. Op de resultaten kunnen wij als eerstelijns forensisch geneeskundigen niet bepaald trots zijn. Ook onder forensisch artsen is de spreiding in de beoordeling groot.
In de voor elke forensisch arts overbekende casus van een fatale verslikking bij een CVA-patiënt (een patiënt met slikstoornissen die zich al regelmatig verslikt heeft en die acuut overlijdt doordat voedsel de luchtweg blokkeert) liep het oordeel van de forensisch artsen sterk uiteen: 48% is van mening dat er sprake is van een natuurlijke dood, 30% twijfelt en 23% meent dat dit een niet-natuurlijke dood is.
Voor een behandelend arts die de gemeentelijk lijkschouwer inschakelt is het dus een "raadsel" wat het vervolg zal zijn. De ene lijkschouwer adviseert telefonisch een A-verklaring af te geven, maar zijn collega een district verder komt met de politie in zijn kielzog een onderzoek instellen.
Het is voor mij duidelijk dat de forensisch geneeskundige beroepsgroep zelf een eind aan deze onduidelijkheid, om niet te zeggen willekeur, moet maken.
Wachten op de wetgever is geen reële optie: dat kan nog jaren duren en het is de vraag of de nieuwe regeling in specifieke gevallen zoals een verslikking bij een CVA-patiënt duidelijker zal zijn. Het zal erg moeilijk zijn een algemene regeling voor alle denkbare gevallen te ontwerpen en een eenduidige procedure voor te schrijven.
De forensisch geneeskundige beroepsgroep moet toch in staat zijn zelf een consistent beleid voor de bekende twijfelgevallen op te stellen. uitgangspunt moet zijn dat de forensisch arts als de behandelend arts twijfelt of een niet-natuurlijke dood vermoedt in ieder geval zelf een onderzoek instelt, ook in de gevallen die voor de gemeentelijk lijkschouwer in eerste instantie duidelijk een natuurlijk overlijden betreffen. het komt veel te vaak voor dat een gemeentelijk lijkschouwer ‘weigert te komen’, terwijl het bij nadere analyse een geval van niet-natuurlijk overlijden betreft. Daarmee ondergraven wij onze eigen posite als deskundige.
Het is overigens naar mijn menig raadzaam om bij sterfgevallen in ziekenhuizen en verpleeghuizen als gemeentelijk lijkschouwer in eerste instantie in principe zonder politie een onderzoek in te stellen. Pas daarna kunnen conclusies getrokken worden en daarvan hangt af of politie en justitie ingeschakeld moeten worden. "In eerste instantie in principe" impliceert inderdaad de nodige ‘slagen om de arm’, maar in het algemeen gesteld is een verpleeghuis of een ziekenhuis zelden een "PD", dus directe betrokkenheid van de politie in het algemeen of de technische recherche in het bijzonder is eigenlijk nooit geïndiceerd.
Het is wenselijk dat op regionaal en liefst ook op landelijk niveau afspraken worden gemaakt over de wijze waarop mogelijk niet-natuurlijk sterfgevallen zo discreet mogelijk en zonder administratieve rompslomp worden afgehandeld.
Kees Das, voorzitter VFG
3: Van de secretaris.
Het FMG is eind 2003 officieel toegetreden tot de Koepel Arts Maatschappij en Gezondheid (KAMG). De KAMG is een koepel van 10 wetenschappelijke verenigingen binnen het veld Maatschappij en Gezondheid, een specialisme in de Sociale Geneeskunde. Naast het FMG zijn dat: Vereniging van Geneeskundige Adviseurs in particuliere Verzekeringszaken (VAG), Nederlandse vereniging van Algemene Gezondheidszorg (NVAG), Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland (AJN), Vereniging van Adviserend Geneeskundigen bij Zorgverzekeraars (VAGZ), Vereniging van Indicerende en Adviserende Artsen (VIA), Sectie infectieziektenbestrijding van de Vereniging van Infectieziekten (VIZ-IB), Vereniging van Artsen werkzaam in de Tuberculosebestrijding (VvAwT), Nederlandse vereniging van Medisch Milieukundigen (NVMM) en de Landelijke Organisatie van Sociaal Geneeskundigen in Opleiding (LOSGIO). Alle bij de KAMG aangesloten verenigingen zijn vertegenwoordigd in het bestuur van de KAMG.
Een belangrijk aandachtspunt van de KAMG is de opleiding Maatschappij en Gezondheid (M&G). Forensische Geneeskunde is een van de vier uitstroomprofielen van deze opleiding. De opleiding M&G is na een goede start in 2002 helaas begin dit jaar beëindigd wegens onvoldoende inschrijving. Daar staat tegenover dat de belangstelling voor de opleiding in de diverse deelspecialismen, waaronder Forensische Geneeskunde, onverminderd groot blijft. Onderzocht wordt nu hoe de opleiding M&G in de toekomst gestalte kan krijgen.
Een ander belangrijk aandachtspunt is accreditatie van scholing van artsen binnen de diverse beroepsgroepen c.q. Forensische Geneeskunde. De KAMG heeft het initiatief genomen tot oprichting van een Accreditatie Bureau voor de gehele Sociale Geneeskunde. Dit Accreditatie Bureau is op 1 januari 2004 van start gegaan. Daarnaast heeft een werkgroep binnen het KNMG in 2003 aanbevelingen gedaan voor een eenvoudige procedure voor accreditatie voor alle specialismen. Het FMG-bestuur acht het van belang, in zijn streven naar officiële accreditering van de beroepsopleiding Forensische Geneeskunde, aansluiting te houden bij ontwikkelingen op het terrein van accreditatie.
Het FMG heeft als lid van de KAMG mede invloed op de samenstelling van de Sociaal Geneeskundige Registratie Commissie (SGRC) en het College voor Sociale Geneeskunde (CSG). Per 1 april jl. is Kees Das lid van het CSG en vertegenwoordigt binnen het college Maatschappij en Gezondheid de Forensische Geneeskunde.
De activiteiten van de KAMG werden de afgelopen tijd grotendeels gefinancierd uit een tijdelijke subsidie van het Ministerie van VWS. Overheidsbezuinigingen leiden zeer waarschijnlijk tot beëindiging van de subsidie per 2005. Voortgaan van de KAMG op de zelfde wijze betekent voor de deelnemende verenigingen een aanzienlijke verhoging van de financiële bijdrage. De KAMG kan er ook voor kiezen in sterk afgeslankte vorm of zonder ondersteunend bureau verder te gaan. Aansluiting zoeken bij het KNMG is ook een alternatief. Het FMG-bestuur staat op het standpunt dat de voortgang van de Koepel Arts Maatschappij en Gezondheid geen (grote) financiële consequenties voor de FMG-leden mag hebben.
Jaap Tiessen, secretaris
4: Van de penningmeester.
Tijdens de ALV van 2 april 2004 is besloten dat alle leden die aan hun betalingsverplichtingen hebben voldaan gratis het nieuwe boek Forensische Geneeskunde zullen ontvangen. Om er zeker van te zijn dat het boek op de juiste plaats afgeleverd zal worden is met de acceptgiro's voor de contributie inning van 2004 informatie meegestuurd zoals opgenomen in de ledenadministratie met het verzoek wijzigingen door te geven en te laten weten waar het boek bezorgd moet worden.
Tevens wordt gevraagd aan te geven of men bezwaar heeft om de gegevens op de website te vermelden. Als het zover is dat deze gegevens op de website komen zullen deze alleen voor de leden met een wachtwoord toegankelijk zijn.
Tot op heden is ruim de helft van de formulieren terug gestuurd. Het blijkt dat er veel mutaties zijn geweest die niet in de ledenadministratie verwerkt zijn. Om up to date te blijven lijkt het zinvol om jaarlijks met de acceptgiro's een mutatie formulier mee te sturen.
Op dit moment zijn we druk bezig om de gegevens te verwerken. Als het enigszins kan worden de boeken door leden persoonlijk bezorgd. Mocht dit niet mogelijk zijn dan worden de boeken per TPG post verzonden naar het opgegeven adres.
Het bestuur heeft ook besloten om het proefschrift van Kees Das:"Overlijdensverklaringen en artsen:wet en praktijk" aan de leden aan te bieden. U krijgt dus bij het boek Forensische Geneeskunde ook het proefschrift van Kees Das toegestuurd.
Het verwerken van de contributie inning geschiedt handmatig. Ik heb vastgesteld dat daarbij door mij typefouten worden gemaakt die pas aan het eind van het jaar aan het licht komen. Dat kan betekenen dat U niet het boek toegestuurd krijgt. Mocht U de contributie wel betaald hebben en eind juli het boek nog niet hebben ontvangen laat dit dan even aan de penningmeester weten. Dit kan via de mailbox van de website forgen.nl
Piet Wels
Penningmeester FMG
5: Agenda.
Aanvullingen en wijzigingen in de agenda of mededelingen met betrekking tot symposia zullen op de website bekent worden gemaakt. (forgen.nl)
Colofon:
De FMG- nieuwsbrief is de nieuwsbrief van het Forensisch Medisch Genootschap en wordt uitgegeven onder verantwoordelijkheid van het bestuur van het FMG. De eindredactie van dit nummer werd gevoerd door Piet Wels.