|
Verslag van de MOG-studiedag van 27 september 2003
Verslag van de MOG-studiedag van 27 september 2003
Littekendocumentatie na marteling: studiedag van de
Medische Onderzoeksgroep
Inleiding
De Medische Onderzoeksgroep (MOG) van Amnesty International verricht
medische onderzoek naar fysieke en psychische sporen van marteling
en mishandeling. Eén van de instrumenten om de kwaliteit van
deze onderzoeken te waarborgen en te verbeteren is nascholing. Jaarlijks
worden twee casuïstiekavonden en één studiedag georganiseerd.
Onderstaande tekst bevat een inhoudelijke weergave van de studiedag
van 27 september 2003 voorafgegaan door enige algemene informatie over
het ontstaan en de werkwijze van de MOG.
Geschiedenis van de MOG
Op het internationale secretariaat (het IS) van Amnesty International
in Londen wordt, sinds de oprichting in 1961, informatie over schendingen
van mensenrechten verzameld en geverifieerd.
De Nederlandse afdeling van AI werd in 1968 opgericht. De groeiende
zorg van Amnesty aangaande martelingen in talloze landen deed de vraag
ontstaan naar medische deskundigheid binnen de organisatie. In 1975
werd de Medische Beroepsgroep van de Nederlandse afdeling opgericht.
Ze is betrokken bij acties met een medisch aspect in ruime zin. Hieronder
vallen het protesteren tegen slechte of ontbrekende medische verzorging
van gevangenen en het aan de kaak stellen van schendingen van medische
ethiek, zoals betrokkenheid van artsen bij martelingen, lijfstraffen
en het voltrekken van de doodstraf.
Door leden van de Medische Beroepsgroep werd in 1977 de Medische Onderzoeksgroep
opgericht. Hoewel er, vooral dankzij de rapporten van Amnesty, veel
bekend was over marteltechnieken, waren weinig gegevens beschikbaar
over de gevolgen van marteling voor de lichamelijke en geestelijke
gezondheid van de slachtoffers. De onderzoeksgroep onderzocht de eerste
jaren vluchtelingen die slachtoffer zijn van marteling met als doel
dergelijke informatie te verzamelen. De artsen werden hierbij geconfronteerd
met een immense medische en sociale problematiek. In de bestaande medische
kanalen ontbrak op dit gebied speciale kennis, terwijl ook geen goede
opvang mogelijk was. Mede op initiatief van de Medische Onderzoeksgroep
werd in 1979 het Centrum Gezondheidszorg Vluchtelingen (CGV) opgericht.
Sinds de oprichting van het CGV heeft de Medische Onderzoeksgroep
zich gericht op het onderzoeken van asielzoekers ter ondersteuning
van hun asielaanvraag. De dossiers worden vooraf nauwkeurig geselecteerd
op landinhoudelijke, juridische en medische aspecten.
In 1980 werden 17 medische verklaringen geschreven door 6 artsen.
In 2002 werden door 42 artsen met uiteenlopende specialismen 86 rapportages
opgemaakt. Sinds 1997 worden jaarlijks gemiddeld 200 aanvragen voor
een medisch onderzoek bij Amnesty International ingediend.
Werkwijze
Het documenteren van de gevolgen van marteling wijkt af van regulier medisch
werk. Bij het beantwoorden van de vraag of de huidige medische verschijnselen
het resultaat (kunnen) zijn van de gestelde mensenrechtenschendingen
wordt een uitgebreid fysiek en psychisch onderzoek verricht. De MOG-artsen
geven in principe geen behandeladviezen: zij trachten slechts een bijdrage
te leveren aan de waarheidsvinding in de asielprocedure. Hun status
in de procedure is die van een getuige deskundige.
Nieuwe leden van de MOG ontvangen een handboek met informatie, een
cd-rom met fotos en beschrijving van de gevolgen van verschillende
martelmethoden. Zij worden ingewerkt door ervaren artsen. Elke rapportage
wordt opgemaakt aan de hand van een door de MOG ontwikkeld protocol
en wordt voor verzending naar de aanvrager door een zogenaamde meelezer en
een jurist van de afdeling Vluchtelingen van Amnesty bekeken en zonodig
van commentaar voorzien. Ook achteraf wordt aan de hand van een standaardformulier
getoetst wat in het algemeen zwakke punten in de rapportages zijn.
Via nascholing wordt getracht op deze punten verbetering aan te brengen.
Tweemaal per jaar wordt een zogenaamde casuïstiekavond georganiseerd
en éénmaal per jaar wordt een hele dag (de zogenaamde
studiedag) gewijd aan een bepaald thema. Het thema van de studiedag
van 2003 was littekendocumentatie.
Inhoudelijk verslag van de studiedag
Resultaten
Nadat Eef Jansen, voorzitter van de MOG en dagvoorzitter van de studiedag,
alle aanwezigen en in het bijzonder de sprekers welkom had geheten
werd het recentelijk afgesloten resultatenonderzoek van de MOG gepresenteerd.
In het kort werd een beeld geschetst van de activiteiten van de MOG
en de gevolgen van de medische onderzoeken die waren verricht in 1999
en 2000. Uit een enquête onder rechtshulpverleners bleek dat
in 50-60% van de asielzaken waarin een MOG-rapportage werd ingebracht
inmiddels één of andere verblijfsvergunning werd verleend.
Documentatiesysteem
Vervolgens werd het woord gegeven aan Lis Danielsen. Lis Danielsen
is dermatologe en heeft grote ervaring opgebouwd met de documentatie
van martellittekens. Zij is onder meer verbonden aan de medische groep
van de Deense Amnesty Sectie en de International Council for the Rehabilitation
of Torture Victims in Kopenhagen.
Lis Danielsen benadrukte het belang van systematische verslaglegging
en het gebruik van standaardbewoordingen bij het opstellen van conclusies.
Het systeem dat zij heeft ontwikkeld bestaat uit vier stappen die worden
gezet na een volledig onderzoek van het slachtoffer:
- geef het relaas van het slachtoffer weer wat betreft de martelingen
die het litteken zouden hebben veroorzaakt;
- beschrijf het litteken in detail;
- benoem andere oorzaken waardoor het litteken ook ontstaan zou kunnen
zijn (differentiaaldiagnoses);
- conclusie: past het litteken bij de gestelde marteling en zo ja,
in welke mate steunt het de beweringen van het slachtoffer?
Het relaas
Het is belangrijk dat de cliënt in detail over de martelingen
vertelt (stap 1.). Factoren van de beschrijving kunnen bepalend zijn
voor de uiteindelijke conclusie.
Denk hierbij onder meer aan: welk deel van het relaas hoort bij welk
litteken; kon het slachtoffer zien wat er gebeurde of niet; is het
mogelijk de mishandeling te visualiseren (bijv. aan de hand van een
lichaamsschema) en zich de verschijnselen te herinneren (bijv. de spasmen
tijdens een stroomstoot of de sensaties tijdens en in het verloop na
een verbranding); kan het martelwerktuig worden beschreven; wat waren
het tijdstip, de frequentie en intervallen tussen martelsessies; was
medische behandeling nodig en wat waren de effecten daarvan.
Formulering van de conclusie
Bij stap 4 wordt het gebruik van de termen consistent with en high
degree/ moderate degree/slight degree of support to the history of
torture en cannot support the history of torture aanbevolen.
Consistent with wordt gebruikt wanneer het litteken past
bij de gestelde marteling. Deze algemene conclusie wordt daarna uitgewerkt
door gebruik van de toevoeging van high degree, moderate
degree of slight degree of support.
Aan de hand van een serie dias werd het gebruik van dit systeem
en de gehanteerde terminologie uitgewerkt.Een van de dias toonde
een pols met in de breedterichting smalle, lineaire littekens. Deze
littekens passen bij (consistent with) de gestelde marteling
waarbij met een scheermes in de pols zou zijn gesneden. Een mogelijke
differentiaaldiagnose is echter automutilatie, vooral wanneer het slachtoffer
rechtshandig is en de littekens zich aan de binnenkant van de linkerpols
bevinden. De door Lis Danielsen geformuleerde conclusie (NB: alleen
gebaseerd op het fysiek medisch onderzoek!) was in dit geval dat de
littekens weliswaar consistent zijn met de gestelde marteling
maar dat deze, gezien de differentiaaldiagnose, het relaas slechts to
a slight degree ondersteunen: een sterkere conclusie is niet
mogelijk gezien de kans dat de littekens door automutilatie zijn veroorzaakt.
Hierbij kan het relaas van het slachtoffer aanleiding zijn de conclusie
te versterken of juist verder af te zwakken: er moet dus altijd naar
het gehele plaatje gekeken worden.
Andere factoren die in aanmerking dienen te worden genomen zijn bijvoorbeeld
(religieuze) zelfkastijding, rituele en tribale littekens, dermatologische
aandoeningen, ongelukken en chirurgische ingrepen.
Belangrijk bij het beoordelen van de invloed die de differentiaaldiagnose
moet hebben op de stelligheid van de conclusie zijn onder meer de plaats
van het litteken, de vorm van het litteken en de structuur van de littekens
onderling.
Een voorbeeld hiervan is dat een litteken van het branden met een
sigaret op zich kan lijken op dat van een abces. Een aantal dergelijke
littekens op een bepaald lichaamsdeel van allen dezelfde grootte en
vorm maakt de differentiaaldiagnose door abcessen minder waarschijnlijk
en dientengevolge de conclusie dat ze het resultaat zijn van de genoemde
martelmethode sterker. Op deze manier wordt de gedachtegang van de
rapporterende arts inzichtelijker en de conclusie in de rapportage
overtuigender voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechter.
Onderzoek naar marteling met electriciteit en hitte
Daarna deed Lis Danielsen kort verslag van onderzoek dat zij naar
een tweetal martelmethoden heeft gedaan: marteling met hitte en met
electriciteit. Op het eerste gezicht lijken de littekens die deze methoden
veroorzaken veel op elkaar. De grootte van het litteken wordt bepaald
door de grootte van het martelwerktuig of de electrode maar ook door
de hitte of de kracht van de stroom die wordt gebruikt. De laesies
bij marteling met electriciteit worden aangetroffen in de periferie
van de electrode. Rond de brandplek ontstaat een ontstekingsreactie.
Bij marteling met electriciteit wordt calciumzout in het onderliggende
weefsel aangetroffen. Dit zout stijgt in de loop van 2
maanden naar de oppervlakte. Of het calciumzout na langer dan 2 maanden
nog steeds aangetroffen wordt is niet bekend omdat het onderzoek zich
slechts uitstrekte tot een periode van tot 2 maanden. Het calciumzout
werd door middel van high-frequency ultrasound onderzoek
aangetoond.
Scarring from Torture
Het volgende punt op de agenda was de presentatie van de cd-rom Scarring
from Torture en het gebruik hiervan naar aanleiding van casuïstiek.
De bedoeling van dit product is dat het gebruikt kan worden als naslagwerk
en inwerkmateriaal voor de MOG-leden. Op dit moment wordt gewerkt aan
een tweede, verbeterde versie.
Aan de hand van een casus met bijpassende fotos presenteerde
Janus Oomen (lid van het Coördinerend Overleg van de MOG) hoe
de cd-rom zou kunnen worden gebruikt. Het uitgangspunt was het hierboven
genoemde documentatiesysteem. Ook werd gewezen op de mogelijke toegevoegde
waarde van fotos bij een medische rapportage en het belang van
een goede samenhang tussen fotos en verslag.
Casuïstiek
Vervolgens werd in kleine groepen aan de hand van casuïstiek
geoefend met het systeem van Lis Danielsen en de cd-rom. Het werd duidelijk
dat het PROVOKE-systeem voor het beschrijven van martellittekens in
de gebruikelijke vorm niet geheel toepasbaar is. Toch lijkt een dergelijk
hulpmiddel wel zinvol en zal binnenkort worden ontwikkeld. Door tijdgebrek
konden niet alle casussen worden behandeld. Het casuïstiekonderdeel
werd afgesloten met enkele opmerkingen van Lis Danielsen over de gebruikte
fotos.
Juridische aspecten van het MOG-werk
Na het middageten werd door Heleen Tiemersma, Coördinator Juridische
Informatie van de afdeling Vluchtelingen, uitleg gegeven over belangrijke
aspecten van de asielprocedure en de rol van medische rapporten daarin.
Ook werd aandacht besteed aan de zorgen van Amnesty International en
de speerpunten van de lobby op dit onderwerp.
Toelatingsgronden
Een asielzoeker kan op een aantal verschillende gronden toelating
krijgen tot Nederland. Twee daarvan vloeien voort uit verdragsverplichtingen:
de erkenning als vluchteling en de verplichting uitzetting achterwege
te laten wanneer bij terugkeer risico bestaat op marteling of andere
onmenselijke behandeling of bestraffing. Een derde grond is het zogenaamde
traumabeleid.
Bij de twee eerstgenoemde gronden ligt de waarde van een medisch onderzoek
in het ondersteunen van de geloofwaardigheid van het relaas. Naar de
letter van het traumabeleid zou dat ook bij de derde grond de insteek
zijn, maar de praktijk is anders. In het traumabeleid staat met zoveel
woorden dat het niet nodig is dat de asielzoeker het relaas met medische
verklaringen onderbouwt: voldoende is dat de asielzoeker een of meer
van een limitatieve opsomming van gebeurtenissen heeft meegemaakt die
verondersteld worden traumatiserend te zijn (o.a. marteling, gewelddadige
dood van familie). In de praktijk is het echter zo geworden dat een
diagnose PTSS helpt een verblijfsvergunning op deze grond te verkrijgen.
Amnestys aandacht gaat vanuit haar mandaat (in het kort: voorkoming
van marteling, verdwijning en doodstraf en detentie van gewetensgevangen)
vooral uit naar de twee eerstgenoemde gronden.
De ondersteuning die een medisch rapportage in die gevallen biedt
wordt gegeven door een zorgvuldige beantwoording van de (standaard-)
onderzoeksvraag of het aannemelijk is dat er een verband bestaat tussen
de psychische en fysieke verschijnselen en de beweringen van de asielzoeker.
Soms worden aanvullende vragen gesteld als is de asielzoeker
in staat consistent te vertellen over de gebeurtenissen en was hij
dat ook tijdens de gehoren?".
De versnelde asielprocedure
Heleen Tiemersma benadrukte dat de versnelde asielprocedure (de zgn. 48-uurs
procedure) voor grote problemen zorgt. Ongeveer 60% van de aanvragen
wordt tijdens deze procedure afgehandeld en (impliciet aan deze procedure)
afgewezen. De problemen vloeien voort uit het korte bestek van 48 procesuren (dus
niet noodzakelijk twee dagen) waarbinnen geen ruimte is voor vertrouwensgroei
of onderzoek naar verklaringen dan wel medisch onderzoek.
Na een afwijzing is het niet eenvoudig een tweede procedure te starten.
Het is niet mogelijk met hetzelfde relaas een tweede aanvraag indienen:
daarvoor zijn nieuwe feiten nodig, zogenaamde nova. De
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft met haar jurisprudentie
een en ander nog verder dichtgetimmerd: wie zich in een asielprocedure
op traumatiserende gebeurtenissen beroept moet hiervan tijdens de eerste
procedure al gewag hebben gemaakt, anders kan dit niet als novum gelden.
Vooral slachtoffers van sexuele martelingen zijn hiertoe niet altijd
in staat.
Juridische aandachtspunten bij medische rapportages
Vervolgens werden een aantal typisch juridische punten benoemd die
een medische rapportage effectiever kunnen maken in de procedure. Volgens
Heleen Tiemersma zou het gebruik van het systeem van Lis Daniels de
overtuigingskracht van medische rapportages versterken. Door dit systeem
wordt de gedachtegang van de rapporterende arts inzichtelijk en worden
andere mogelijkheden uitgesloten zodat de conclusie onvermijdbaar wordt.
Daarnaast wees zij met klem op het belang van een goed geformuleerde
conclusie. Dit deel van de rapportage is het meest (en soms het enige)
gelezen deel.
Fotograferen van littekens
De laatste spreker van de dag was fotograaf en beeldend kunstenaar
Frank van Helfteren: hij vertelde over het maken van fotos van
littekens. Met behulp van verschillende fotos van een litteken
werd de theorie van goed fotograferen uitgelegd en werden suggesties
gegeven voor het voorkomen van verschillende problemen.
Zonlicht is vaak ongeschikt omdat het te harde schaduwen geeft, flitslicht
is geen goede vervanger omdat het vaak niet samenvalt met
het gefotografeerde beeld. Verassend mooie fotos konden worden
genomen met behulp van een matte 500 watt-lamp met een kapje erom heen.
Dit licht werd via een vel papier of piepschuim weerkaatst op het te
fotograferen beeld. Deze opstelling geeft een mooi gespreid licht waardoor
schaduwen worden opgevuld.
Verder gaf Frank van Helfteren veel informatie en tips over digitale
cameras, camera-instellingen en het opslaan van digitale fotos.
Afsluiting
Iets later dan in het programma stond vermeld werd de studiedag afgesloten
door de voorzitter. De sprekers werden bedankt voor hun bijdrage.
|